Vreemde vogel (6+)

Opeens is de zon weg. Kip Kiki stopt met scharrelen en kijkt omhoog. Een enorm groot ding zigzagt voor de zon.
‘Duiken!’ gilt ze. Ze rent de struiken in.
Pikmeniet en alle andere kippen vliegen haar achterna. Dicht tegen elkaar aangedrukt staan ze te klappertanden onder de bladeren, hun oogjes dichtgeknepen.
Kiki heeft maar één oog dicht. Het andere kijkt omhoog, naar het ding. Dat cirkelt nu boven het erf. Het is een vogel met vleugels zo groot als, als… nou ja, gewoon enorm groot.
En zijn snavel… Kiki trippelt een paar pasjes onder de struik vandaan. Ze ziet nog net dat Harrie Haan de schuur in vlucht. De vogel komt lager en lager. Hij raakt de grond en remt af met zijn poten in het grind. Als hij helemaal stilstaat, draait hij zich om. Kiki doet een stapje terug. Wat heeft dat beest een grote snavel! Eén tik met dat ding en zelfs Harrie Haan zou bewusteloos neervallen.
De vogel gaapt. Kiki kijkt recht in het onderste deel van zijn snavel. Nog nooit heeft ze zoiets gezien. Het lijkt wel een reuzediepe soeplepel. Alle kippen passen er met gemak in. Ze krijgt er kippenvel van.
Ze moet een geluidje hebben gemaakt, want de vogel draait zijn kop naar haar toe.
Kiki deinst achteruit.
‘Niet bang zijn,’ zegt de vogel. ‘Ik ben het maar, Snelle Pelle de pelikaan. Heb je een visje voor me?’
Een visje?
Kiki probeert iets te zeggen.
Pelle haalt zijn vleugels op. ‘Laat maar, ik kijk zelf wel,’ zegt hij.
Hij loopt over het erf. Gluurt in de emmer van de boer en in de trog van Big.
‘Niets,’ roept hij naar Kiki. ‘Ik ga maar weer.’
Hij huppelt een eindje, zijn machtige vleugels slaan in de lucht. Als hij vaart heeft, trekt hij zijn poten in en stijgt langzaam op.
Pffff! Dat was spannend!
‘Hij is weg,’ zegt Kiki tegen de kippen.
Ze geeft Pikmeniet een duw.
‘Nee, alsjeblieft, pik me niet, pik me niet,’ jammert Pikmeniet. Maar ze doet wel haar oogjes open, net als de andere kippen.
‘Wat was het? Een draak? Een vliegende vos?’ kakelen ze door elkaar.
‘Ach welnee,’ kraait een stem.
Alle kippen draaien zich om. Het is Harrie Haan.
‘Ik heb hem weggejaagd,’ zegt hij. ‘Ik zei tegen hem, wat moet dat hier?’
Met zijn borst vooruit gaat hij voor de kippen staan. Alsof hij hun meester is.
‘Daar schrok dat beest zich een ongeluk van,’ zegt hij. ‘Hij werd helemaal rood en zei dat hij alleen maar een beetje rond kuierde. Wegwezen jij! zei ik. Ik pikte naar hem met mijn snavel. Hij deed het bijna in zijn broek! Meteen vluchtte hij.’
Trots kijkt Harrie rond.
‘Goh!’ zuchten de kippen.
‘Dat heb je zeker gedroomd,’ zegt Kiki. ‘Ik zag je de schuur in vluchten, maar ik heb je er niet uit zien komen. Of was je opeens onzichtbaar?’
Ze draait zich om. Met zo’n leugenaar en opschepper wil ze niets te maken hebben.

Auteur: Wietske Blokker

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Aenean euismod sem nisi, eu dignissim nunc semper a. Donec tincidunt mi nec felis iaculis finibus. Morbi sed lorem mi. Mauris non justo et enim laoreet porta. Proin et urna scelerisque, facilisis nulla eu, convallis ipsum. Mauris sit amet finibus erat. Praesent faucibus ornare leo eget luctus. Duis malesuada mattis commodo. Donec sollicitudin justo quis velit aliquam pulvinar sed eu nisl. Donec ipsum mauris, interdum ac consequat eget, ornare sit amet magna. Nam in dapibus ex. In a purus ut urna sagittis sagittis at at velit. Nullam quis arcu interdum, ornare eros et, sollicitudin lacus. Nam gravida diam nec varius tincidunt.


Terug naar pennenvruchten


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.