Verknipt (10+)

De bel. Kort en hard. Lonneke springt op. De buurman natuurlijk. Hij vergeet elke dag wel een boodschap en dan moet zij die gaan halen.
Papa en mama zijn er niet. Ze verhuizen oma naar het verzorgingstehuis. Mama wilde de oppas bellen, maar Lonneke was boos geworden. Niemand van school heeft een oppas, had ze geroepen. Ik ben geen baby, ik ben al tien, ik kan heus wel op mezelf passen!
Voor de deur staat een kleine, magere vrouw. Ook al is het hartstikke warm, toch zit ze verstopt in een kakelbonte jas en afzaklaarzen. Boven haar sjaal piept rood haar onder een gehaakt mutsje uit. Plastic boodschappentasjes bungelen aan haar handen.
‘Zo meid,’ zegt de vrouw. ‘Dat is lang geleden. Ken je me nog?’
Hè? Denkt die vrouw dat ze elkaar kennen?
‘Volgens mij bent u aan de foute deur,’ zegt Lonneke beleefd. ‘Prettige dag!’
Ze wil de deur dichtdoen, maar de vrouw duwt haar opzij en loopt de gang in.
‘Hé! Ho!’ Lonneke holt achter haar aan, de gang door, de kamer in.
De vrouw staat voor de boekenkast.
‘Wat krijgen we nou?’ zegt ze. Ze pakt een foto uit de kast en ploft ermee op de bank.
Hoe durft ze!
‘U bent…’ begint Lonneke.
‘…eraf geknipt!’ zegt de vrouw.
Ze gooit de foto op de bank en gaat voor Lonneke staan. Schilfers lippenstift zitten in haar mondhoeken.
‘Kan ik verdomme niet eens even boodschappen doen,’ gromt ze.
Gatver! Spuugspetters! Lonneke deinst achteruit.
‘Ik heb nog zo gezegd: overal afblijven!’
Die vrouw is niet goed snik. Hoe krijgt ze haar de deur uit? Als ze maar niet gevaarlijk is.
‘U bent verkeerd,’ piept Lonneke.
De vrouw grijpt haar T-shirt vast, precies onder haar keel. ‘Verkeerd? Wie is er hier verkeerd!’
Niet hyperventileren! Rustig ademhalen. Drie seconden in, zes seconden uit. Het lukt voor geen meter. Met die vrouw voor haar neus kan ze niet eens gewoon ademhalen.
Opeens laat de vrouw los en loopt de kamer uit. Is ze weg? Nee, ze staat in de gang te mompelen en te vloeken. Nu rukt ze ook nog een gangkast open! Waar blijven papa en mama?!
Lonneke denkt pijlsnel na. Zal ze via de tuin naar de buren sluipen en de politie bellen? Maar als de vrouw de tuindeuren hoort? Ze kan beter proberen haar rustig te krijgen en dan maar hopen dat papa en mama snel terug zijn.
Eerst die ademhaling onder controle krijgen. Drie seconden in, zes uit, drie in, zes uit.
Ze stapt de gang in.
‘Een kopje thee?’ vraagt ze. Haar stem is hoog en beverig.
De vrouw slaat de kastdeur dicht.
‘Thee,’ zingt ze terwijl ze naar de keuken loopt. ‘Wie gaat er mee, wie gaat er mee, naar de keuken voor een lekker kopje thee.’
Maar… dat is het lied van papa! Hoe kent ze dat?
‘Fijne messen.’ De vrouw wijst naar het rek met de keukenmessen.
O nee, niet aan de messen gedacht! Als ze…
Maar de vrouw kijkt er al niet meer naar. Ze heeft haar hoofd in de koelkast gestoken.
‘Hoor je dat?’ zegt ze. ‘Als zij er zijn, ben ik weg.’
Ze rent de kamer in en rukt haar tasjes van de bank.
‘Die koelkast, daar moet je rattengif in doen. Daar kunnen ze niet tegen,’ roept ze naar Lonneke.
De voordeur valt met een klap dicht. Opeens is het doodstil in huis.

Auteur: Wietske Blokker

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Aenean euismod sem nisi, eu dignissim nunc semper a. Donec tincidunt mi nec felis iaculis finibus. Morbi sed lorem mi. Mauris non justo et enim laoreet porta. Proin et urna scelerisque, facilisis nulla eu, convallis ipsum. Mauris sit amet finibus erat. Praesent faucibus ornare leo eget luctus. Duis malesuada mattis commodo. Donec sollicitudin justo quis velit aliquam pulvinar sed eu nisl. Donec ipsum mauris, interdum ac consequat eget, ornare sit amet magna. Nam in dapibus ex. In a purus ut urna sagittis sagittis at at velit. Nullam quis arcu interdum, ornare eros et, sollicitudin lacus. Nam gravida diam nec varius tincidunt.


Terug naar pennenvruchten


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *